"Als we die stukjes ooit allemaal aan elkaar kunnen passen, weten we meer van de mensen die leefden in een nederzetting
bij een tempel waar in de Romeinse tijd de godin Nehalennia vereerd werd. Wellicht gaan we ook meer leren over de
zeevaart in die tijd, want op minstens 25 meter diepte in de Oosterschelde moeten ook de resten van een haven liggen.
" De Vuilbaard is de plaats waar vissers rond 1970 het ene na het andere aan Nehalennia gewijde altaar opvisten.
Door een tentoonstelling werd Sterkendries door de oudheidkundige vondsten gegrepen, en hij vroeg een vergunning
aan om de site bij De Vuibaard in kaart te mogen brengen.
,,Ik dook hier in Colijnsplaat al jaren, maar je raakt uitgekeken op de visjes. Duiken met een onderzoeksdoel, is nog stukken
leuker dan gewoon duiken."
Dat het twee jaar duurde voordat de vergunning verleend werd, verbaasde Sterkendries toen nog wel, maar nu niet meer.
,,Er is overal onder water zo veel geroofd, dat de overheid begrijpelijkerwijs kopschuw is geworden. Wij duiken onder de
paraplu van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland en in het bijzonder onder die van de onderwaterwergroep.
Dat doen we volgens de regels van het spel. Wat we mee naar boven nemen, is openbaar bezit. Een mooi bronzen schaaltje,
zegt niets bij mij thuis in de kast. Het staat nu in het Nehalenniatempeltje hier in Colijnsplaat."
Schatzoeken is voor de groep van tien duikers, allemaal uit Belgisch Limburg, geen prioriteit. Sterkendries:
,,Nummer één is het duiken, nummer twee de archeologie, al wordt dat belangrijker naarmate je meer te weten komt.
Inmiddels hebben we zo'n 1300 duiken gedaan bij de Vuilbaard, en een klein deel in kaart gebracht.
Je kunt maar een halfuurtje tussen eb en vloed beneden blijven. Dan alleen nog bij rustig weer en het zicht varieert
van tien centimeter tot hooguit anderhalve meter. Met die beperkingen moeten we een gebied van enkele hectaren in
kaart brengen, maar we zijn toch al behoorlijk wat wijzer geworden. Waar de tempel was, wisten we al van de vissers,
maar nu denken we ook de plaats van de nederzetting te hebben gevonden. Het moet nog een flinke bedoening zijn geweest,
want het was een doorvoerhaven van ver in het binnenland tot aan de Britse eilanden en Scandinavië." Aan de opvatting dat
het hele zaakje bij een stormvloed in het water moet zijn gestort, twijfelt de groep duikers inmiddels. ,,Het lijkt erop dat het erin is
geschoven. De Vuilbaard zakt overigens nog steeds verder weg. Dat maakt dat het zand op de site zich ophoopt."
Gelukkig heeft de groep Nehallenia (de juist gespelde naam was als domeinnaam al weg) een vergunning voor een zandzuiger.
,,Die hebben we zelf aangeschaft en opgeknapt, net als dit schip. De Wasser Schutz 1, een voormalig DDR- patrouilleschip,
is helemaal aangepast aan het onderzoekswerk dat de groep in de Zeeuwse wateren doet. Behalve bij Vuilbaard doet de
groep ook onderzoek voor de kust van Domburg, waar in de negentiende eeuw Nehalennia-votiefstenen zijn gevonden.
Voor een Europees project duikt de groep naar zeventiende eeuwse wrakken bij De Banjaard.